Japanse vertalingen

Japanse Woordenlijst voor B.G.K.A.
Belgian JKF Goju Ryu Karate Association

Karate-do = De weg van de lege / ongewapende hand
Kara = Leeg / Ongewapend
Te = Hand
Do = Weg / Methode / Manier

Het doel van Karate-do is niet de nederlaag noch de overwinning, maar de
ontwikkeling van het karakter en de geest van de beoefenaar.

Sempai = Hoogste in graad aanwezige leerling, tot 2 de Dan. Letterlijk vertaald leraar.
Sensei = Leraar tot 4 de Dan. Letterlijk vertaald meester.
Shihan = Leraar tot 7 de Dan. Letterlijk vertaald grootmeester.
Hanshi = Leraar tot 9 de Dan. Letterlijk vertaald doctor of professor.
Kancho = Is een titel die aanduid dat iemand de uitvinder is van een eigen stijl, 10 de Dan.
Kaicho = Is een eretitel toegekend uit Japan door andere Kancho,s omdat hij de hoogst
mogelijke graad ter wereld in de gevechtsport draagt. Kyoshi = Instructeur / Onderwijzer. Kohai = Leerling.
Shido = Coach. Karateka = Karatedo beoefenaars.
Dojo = Trainingslokaal Do = Weg / Methode / Manier. Jo = Plaats.
Karatedo Dojo is een plek waar men Shin (geest), Tai (lichaam) en Ki (Spirit) beoefenen en wilt verbeteren.
Ryu = School / Een gevestigde methode van een Japanse vechtkunst.
Shomen = Voorzijde / Voorgevel. De ruimte voorin de Dojo.
Shiden = Ereplaats / Ereplek. Het centrale deel van de Shomen.
Joseki = Hoge zetel. Als je kijk in de richting van de Shomen, is de Joseki aan de rechterzijde. Deze is
gereserveerd voor de Sensei en/of Sempai.
Dojo Kun = De schoolpricipes en eventueel de schoolvlag.
Tatami = Matten.
Makiwara = Stootzakken.
Hojo undo = Trainingsinstrumenten.
Azen Bogu = Beschermde kleding.
Tebukuro = Handschoen.
Ashibukuro = Voetbschermer.
Kin Ate = Kruisbeschermer.
Men = Hoofdbeschermer.
Do = Borstbeschermer.
Rei = Groeten
Yoi = Gereed gaan staan / Startklaar.
Seiza = Geknielde zit houding.
Sei = Rechtop.
Za = Stoel / Zitplaats.
Mokuso = Stille meditatie. Keer in jezelf met gesloten ogen.
Osu = Het uitroep van groeten. Uiting van wederzijds respect.
Kiritsu = Opstaan.
Otogai ni rei = Elkaar groeten / Wederzijdse groet.
Anza / Agura = Ontspannen zit (kleermakerszit).
Budo = De weg van de krijger,
Bu (Bushi)= Krijger. In het algemeen kan men Budo vertalen als de verzamelnaam voor alle Japanse Krijgs- of
Gevechtskunsten en -Sporten.
Judo = De zachte weg. Ju (zacht).
Aikido = De weg van de harmonie. Ai (harmonie), Ki (geest).
Kendo = De weg van het zwaard. Ken (zwaard).
Sumo = De weg van het Japanse worstelen.
Ju Jitsu = De zachte kunst. Ju (zacht), Jitsu (kunst). De kunst van de meegaande techniek.
Kyudo = De weg van het boogschieten.
Iaido = De weg van het zwaard.
Karate Gi / Dogi = Karatepak
Uwagi = Jasje.
Zubon = Broek.
Obi = Band
Kyu = Prestatieniveau
Dan = Graad in krijgskunst
Iro = Kleur
Shiro = Wit.
Kiiro = Geel.
Orenji iro = Oranje.
Midori = Groen.
Ao iro / Ao = Blauw.
Cha iro = Bruin.
Kuro = Zwart.
Aka = Rood.
Hai iro = Grijs
Masshiro = Zuiver wit / Rein.
Massao = Donkerblauw / Bleek.
Kaoiro = Gelaatskleur.
Tai / Karada = Lichaam
Taikyoku = Het uiterste van het lichaam.
Taido = Lichaamshouding.
Taiiku = Lichamelijke- opvoeding, training.
Taiso = Warming-up / Gymnastiek.
Taikaku = Lichaamsbouw / Fysiek.
Taiju = Lichaamsgewicht.
Kansetsu = Gewricht.
Suji = Spier.
Kiniku = Pezen.
Hone = Bot.
Hada / Hifu = Huid.
Domyaku = Slagader.
Seimyaku = Ader.
Chi / Ketsueki = Bloed.
Teashi = Ledematen.
Kubi = Nek / Hals.
Nodo = Keel.
Sakotsu = Sleutelbeen.
Kata = Vorm / Patroon / Model.
Senaka / Seoi = Rug.
Atama = Hoofd
Hitai = Voorhoofd.
Ganmen = Gezicht.
Ago = Kin / Kaak.
Kao = Gelaat.
Me = Oog.
Mabuta = Ooglid.
Hana = Neus.
Mimi = Oor.
Hobo = Wang.
Kuchi = Mond.
Kuchibiru = Lip.
Ha = Tand.
Sjita = Tong.
Kami / Ke = Haar.
Shukaku = Reuk.
Shokukaku = Gevoel.
Shiryoko = Zicht.
Choryoko = Gehoor.
Mikaku = Smaak
Ki = Levenenergie, oerenergie.
Kiai = Uiting van energie / De gevechtsschreeuw. Letterlijk ontmoeting van geest.
Zanshin = Concentratie / Ontspannen alertheid.
Kime = Concentratie van energi (Ki) op één moment op één bepaald punt.
Tento = Hoge energie.
Hara = Midden energie.
Tandem = Onder energie.
Kokyu = Ademhalen.
Nogare = Zachte gecontroleerd uitademen.
Ibuki = Harde korte gecontroleerd uitademen.
Waza = hoofd
Kihon = Basis / Fundament / Standaard.
Jodan = Hoge zone, het bovenste gedeelte van het lichaam vanaf de nek.
Chudan = Midden zone, vanaf de heup tot onder de nek.
Gedan = Lage zone, het onderste gedeelte van het lichaam vanaf de heup.
Hidari = Links.
Migi = Rechts.
Mae = Voor / Voorwaarts.
Shomen = Voorzijde / Voorgevel.
Ushiro = Achter / Achterwaarts.
Mawashi = Rond / Cirkel.
Choku = Directe.
Tori = Aanvaller.
Uke = Verdediger / Blokkering / Het afweren.
Barai = Veegbeweging / Uit balans brengen.
Tsuki = Stoten.
Nukite = Steken / Doorboren.
Shita = Onder.
Geri = Trap / Schop.
Fumikomi = Naar beneden gerichte stampende trap met meskant van de voet.
Tobi = Springen.
Ate = Slag.
Uchi = Van binnen naar buiten / Slag.
Soto = Van buiten naar binnen.
Moro = Beide / Samen.
Mawate = Omdraaien, Keren.
Kotai / Hantei = Wissel.
Matte = Wacht / Klaar om te beginnen.
Oi = Het volgen / Het achtervolgen.
Jun = Overeenkomst (alleen als het techniek is uitgevoerd in het Kiba Dachi).
Gyaku = Tegengestelde / Tegen de draad in.
Hikite = Hand terug trekken.
Age = Opwaarts, stijgend, omhoog(tillen). Komt van ‘ageru’.
Kagi = Hoek.
Furi = Zwaai.
Ura = Draaien.
Renraku = Combinatie.
Tensho = Draaiende hand.
Yama = Berg / Piek.
Tate = Verticaal.
Tai sabaki = Lichaam draaien, om te ontwijken.
Nagashi = Lichaam verplaatsen, om te aanvallen of verdedigen.
Shiji suru = Steunen.
Ho = Stap / Pas.
Tshugi-(ashi) = Aansluitpas.
Dachi =Standen
Fudo Dachi =Stabiel stand.
Kiba Dachi =Ruiter stand.
Musubi Dachi =Verbinding, stand waarbij de hielen elkaar aanraakt.
Zenkutsu Dachi =Naar voren leunen, stand waarbij men naar voren leun. Gewichtsverdeling: 70% voorste
been en 30% achterste been.
Neko Ashi Dachi =Kat stand. Gewichtsverdeling: 10% voorste been en 90% achterste been
Kokutsu Dachi =Tijger stand, stand waarbij men naar achter leun. Gewichtsverdeling: 30% voorste been
en 70% op achterste been.
Heiko Dachi = Evenwijdig / Parallel stand. Voeten evenwijdig op schouderbreedte
Heisoku Dachi = Gesloten stand.
Moro Ashi Dachi = Loopstand.
Sanchin Dachi = Zandloper stand.
Uchi Hachi Ji Dachi = Acht stand.
Tsuru Ashi Dachi = Kraanvogel stand (b.v. voor Kensetsu geri, Yoko geri, Sokuto geri).
Mami Dachi = Kraanvogel stand (b.v. voor Mae geri, Ushiro geri, Kakato geri).
Kake Dachi = Gehakte stand.
Juji Dachi = Gekruiste stand.
Shiko Dachi = Vierkant stand / Sumo stand.
Kumite = Oefening / Gevecht / Duel
Ippon Kumite = Eén stap oefening.
Nihon Kumite = Twee stap oefening.
Sanbon Kumite = Drie stap oefening.
Yakusoku Kumite = Oefenvorm waarbij de toegestane techniek van tevoren zijn vastgesteld.
Kyokushinkai Kumite = Voorgeprogrammeerde Kumite. In totaal zijn er Tien Kyokushinkai Kumite.
Jiyu Ippon Kumite = Vechten waarbij het scoren van alleen telt met een van tevoren afgesproken techniek.
Jiyu Kumite = Vrij vechten.
Shobu / Shiai = Wedstrijd / Competitie / spel.
Shiaijo = Wedstrijdperk / Wedstrijdterrein.
Shiai no Kata = Wedstrijd Kata.
Bunkai = Toepassing van de gebruikte technieken in kata's.
Shushin = Hoofdscheidsrechter, Matscheidsrechter.
Fukushin = Assistentscheidsrechter, Hoekscheidsrechter.
Kansa = Arbitrator.
Tatami = Mat / Wedstrijdmat.
Kamae = Gevechtshouding.
Maai = Gevechtsafstand.
Zanshin = Alertheid.
Shobu Hajime = Beginnen van de wedstrijd.
Hajime = Beginnen.
Yame = Stoppen / Ophouden.
Moto No Ichi = Beginpositie.
Tsuzukete Hajime = Hervatting van de wedstrijd.
Tsuzukete = Vecht door.
Shugo = Roepen van de Scheidsrechter.
Hantai = Beslissing maken, voor het kenbaar maken van een mening.
Hikiwake = Onbeslist.
Torimasen = Onaanvaardbaar techniek, ik aanvaard het techniek niet.
Enchosen = Verlenging van de wedstrijd.
Aiuchi = Gelijktijdig scorende technieken.
Aka (Ao) No Kachi = Rood (Blauw) is de winnaar.
Aka (Ao) Sanbon = Rood (Blauw) scoort 3 punten.
Aka (Ao) Nihon = Rood (Blauw) scoort 2 punten .
Aka (Ao) Ippon = Rood (Blauw) scoort 1 punt.
Jogai = Verlaten van de wedstrijdvloer.
Chui = Waarschuwing / aandacht.
Chukoku = Waarschuwing zonder straf.
Keikoku = Overtreding met als straf Ippon (èèn punt).
Hansoku Chui = Overtreding met als straf Nihon (twee punten).
Hansoku = Bij de derde overtreding, diskwalificatie voor èèn wedstrijd.
Shikkaku = Diskwalificatie voor het gehele toernooi.
Kiken = Opgave.
Mubobi = Zichzelf in gevaar brengen.
Atoshi Barakua = Nog wat tijd over, 30 sec.
Jiken = Verzoek om de tijd te stoppen.
Kogeki = Offensief.
Tsuki Waza = Stoottechniek(en).
Oi Tsuki = Volgen. Stoot waarbij de hand en het been elkaar volgen.
Jun Tsuki = Overeenkomstig. Net als bij Oi Tsuki alleen uigevoerd vanuit de Kiba Dachi Kata.
Gyaku Tsuki = Tegengestelde. Met rechtervuist stoot wanneer men linksvoor staat.
Morote Tsuki = Stoot met beide handen samen.
Tate Tsuki = Stoot met verticale vuist.
Tobikomi Tsuki = Sprongstoot.
Age Tsuki = Naar boven gerichte stoot.
Ago Tsuki = Stoot naar de kin.
Choku Tsuki = Directe stoot.
Kaki tsuki = Hoek stoot.
Furi Tsuki = Zwaai stoot.
Shita Tsuki = Opstoot.
Atama Tsuki = Kopstoot.
Hirakent Tsuki = Vlakke vuist.
Naka Yubi Kent = Vuist, waarbij de middelvinger naar voren is geschoven.
Hisotashi Yubi Kent = Vuist, waarbij de wijsvinger naar voren is geschoven.
Oya Yubi Ken = Vuist, waarbij de duim naar voren is geschoven.
Ryutoken = Vuist, waarbij de vingers naar voren zijn geschoven.
Nagashi Tsuki = Ontwijkende stoot.
Yama Tsuki = Boogstoot.
Uke Waza = Verdedigingstechniek(en).
Uchi Uke = Wering van binnen naar buiten.
Soto Uke = Wering van buiten naar binnen.
Jodan / Age Uke = Hoge wering. Blokkering op hoofdhoogte.
Harai Uke = Lage wering. Blokkering op buik of kruis hoogte.
Seiken Morote Uke = Wering met beide handen samen.
Juji Uke = Wering met de armen gekruist.
Kakewake Uke = Haak wering. Wordt ook Morote Gedan Barai genoemd.
Shotei / Teisho Uke = Wering met achterste deel van de handpalm.
Hiji / Empi Uke = Wering met de elleboog.
Osae Uke = Wering, waarbij de aanval naar beneden wordt gedrukt.
Oroshi Uke = Wering, waarbij de aanval naar beneden wordt geslagen.
Haito Uke = Wering met de zijkant van de open hand aan de kant van de duim.
Haisu Uke = wering met de handrug.
Koken Uke = Wering met de pols.
Shuto Uke = Wering met de zijkant van de open hand aan de kant van de pink.
Shuto Mawashi Uke = Ronde wering met Shuto langs het lichaam.
Shuto Mae Mawashi Uke = Ronde wering met Shuto voor het lichaam.
Geri Waza = Traptechniek(en).
Gin Geri = Trap naar het kruis.
Kensetsu Geri = Zijwaartse trap naar het kniegewricht.
Mae Geri = Voorwaartse trap.
Mawashi Geri = Ronde trap. Draaitrap.
Yoko Geri = Zijwaartse trap. Een trap met de hiel en buiten zijkant van de voet.
Ushiro Geri = Achterwaartse trap.
Sokuto Geri = Trap met buiten zijkant van de voet.
Kakato Geri = Trap met de hiel.
Mikazuki Geri = Sikkelvormige shop, met binnen zijkant van de voet (Teisoku).
Uchi Waza = Zweepslagtechniek(en).
Hirate Uchi = Slag met de vlakke hand
Tobi Geri = Sprong trap.
Hiza Geri = Knietje geven.
O Soto Geri = Grote buitenwaartse haakworp
(beenworp).
Hirate Uchi = Slag met de vlakke hand.
Shuto Uchi = Slag met de buiten zijkant van de open hand aan de kant van de pink.
Shuto Ganmen Uchi = Slag met Shuto naar het gezicht.
Shuto Sakotsu Uchi = Slag met de Shuto op het sleutelbeen. Verticale halve cirkelbeweging van boven naar
beneden. Shuto Mawashi
Oroshi Uchi = zie Shuto Sakotsu Uchi. Shuto Sakotsu Uchi Komi = Slag via korste, directe weg naar
het sleutelbeen.
Shuto Hizo uchi = Slag met Shuto naar de milt. Uraken Shomen Uchi = Voorwaartse slag met de
achterkant van de vuist naar het gezicht.
Uraken Sayu Uchi = Zijwaartse slag met de achterkant van de vuist naar het hoofd. Uraken Hizo Uchi =
Zijwaartse slag met de achterkant van de vuist naar de milt.
Uraken Morote Sayu Uchi = zie Uraken Sayu Uchi maar nu met beide handen.
Uraken Mawashi Uchi = Ronde slag met de achterkant van de vuist naar het achter hoofd. Seiken Ago Uchi =
Voorwaartse slag met de voorkant van de vuist naar de kin.
Nukite Waza = Steektechniek(en).
Ippon Nukite = Een vingersteek.
Nihon Nukite = Twee vingersteek.
Gohon / Yohon Nukite = Met alle vingers steken.
Empi / Hiji Waza = Elleboogtechniek(en).
Hiji/Empi Jodan Ate = Meestal elleboogslag naar het hoofd.
Hiji/Empi Chudan Ate = Meestal elleboogslag naar het buik.
Hiji/Empi Ago Uchi = Elleboogslag naar het kin.
Hiji/Empi Age Uchi = zie Ago Uchi.
Hiji/Empi Oroshi Uchi = Elleboogslag van boven naar beneden.
Hiji/Empi Ushiro Uchi = Elleboogslag naar achter.
Hiji/Empi Yoko Ate = Elleboogslag naar de zijkant.
Haito Uchi = Slag met de zijkant van de open hand aan de kant van de duim.
Tettsui Uchi = Slag met de buiten zijkant van de gesloten vuist aan de kant van de pink.
Kome Kami Uchi = Slag met de pink zijde van de gebalde vuist naar het gezicht.
Tettsui Gamen
Uchi = zie Kome Kami Uchi.
Tettsui Hizo Uchi = Slag naar de Milt met de buiten zijkant van de gesloten vuist aan de kant van de pink.
Tettsui Sayu Uchi = Zijwaartse slag met de buiten zijkant van de gesloten vuist aan de kant van de pink.